sich treffen klingeln zahlen
töten erledigen benutzen / gebrauchen
hoffen kochen aufräumen
(einen Job) kündigen schlagen spielen
fernsehen einladen ausziehen
gewinnen weiterhin woher
wohin
betalen aan de deur bellen ontmoeten / afspreken
gebruiken doen / uitvoeren / afwerken doden
opruimen koken hopen
spelen slaan / verslaan (een job) opzeggen / ontslag geven
uittrekken uitnodigen TV kijken
waar…vandaan? zoals vroeger / zoals voorheen winnen
waarheen?/ waar naartoe?