anstrengend die Ära / die Epoche das Jahrhundert
der Lärm die Lösung die Marke
der Ort schwer umweltfreundlich
verspätet das Wachstum die Zukunft
der Zweig anhalten allenfalls
demnächst eintreten erstellen
erzeugen gewissermaßen haltbar
der Kunde nutzbar die Rückschau
unzureichend das Verhalten die Vorraussetzung
de eeuw het tijdperk inspannend / vermoeiend
de grens de oplossing het lawaai
milieuvriendelijk moeilijk de plek / de plaats
de toekomst de groei vertraagd
hoogstens / desnoods voortduren de tak
opstellen / maken plaatsvinden / intreden binnenkort
verdedigbaar / houdbaar als het ware / welhaast veroorzaken / teweegbrengen
de terugblik te gebruiken de klant
de voorwaarde het gedrag onvoldoende
der Wohlstand besiegen der Erreger
fehlen heilen die Heilung
kostengünstig obwohl vernachlässigen
der Wandel abnehmen die Begegnung
ersetzen die Flüssigkeit der Forscher
innerhalb der Körper lediglich
leuchten der Nachschub der Nachwuchs
schmusen schwänzen die Unterhaltung
das Weltall ausharren bringen
de verwekker overwinnen / verslaan de welvaart
de genezing genezen ontbreken / missen
verwaarlozen hoewel voordelig / goedkoop
de ontmoeting afvallen de verandering
de onderzoeker / de wetenschapper de vloeistof vervangen
slechts / alleen maar het lichaam / het lijf binnen
de nieuwe generatie / de nakomelingen de bevoorrading oplichten
het amusement / het vermaak spijbelen knuffelen
opleveren volharden / volhouden het heelal
sich einfügen einstellen entnervt
hergebracht sich über etwas mokieren quittieren
der Rabatz rasant rätseln
der Tadel ungezogen zustimmen
die Einbildung erregen die Fähigkeit
der Faulpelz hinreichend die Insel
das Leid mangelhaft rapide
die Rauflust die Sehnsucht der Stundenplan
sich täuschen versprechen der Wettbewerb
psychisch gesloopt beëindigen / stopzetten zich aanpassen
ermee stoppen de draak steken met iets / iets belachelijk maken traditionele
gissen / raden stormachtig / snel de herrie
instemmen met / er voor stemmen ongedisciplineerd / slecht opgevoed de berisping
de vaardigheid / het talent opwinden / veroorzaken de verwaandheid / de arrogantie
het eiland toereikend / voldoende de luilak
snel gebrekkig / onvoldoende het leed / het verdriet
het lesrooster het verlangen de agressie
de concurrentie beloven / toezeggen zich vergissen
die Wirtschaft einengend folgerichtig
die Forderung ignorieren das Muss
das Phänomen scheitern an die Schranke
die Warnung widersprüchlich zuständig
zuvor etabliert ködern
der Reiseveranstalter solvent das Sparprogramm
die Überschneidung verständlich der Vorwurf
das Alter ärztlich der Beschäftigte
erschließen die Reform im Ruhestand
consequent beperkend de economie
de verplichting / de aanrader negeren de eis
de barrière stuklopen op het verschijnsel
verantwoordelijk / bevoegd tegenstrijdig de waarschuwing
lokken gevestigd eerder / vroeger
het bezuinigingsbeleid in staat om te betalen de touroperator
het verwijt begrijpelijk de overlapping
de werknemer geneeskundig de leeftijd
gepensioneerd de reorganisatie / de hervorming ontsluiten
tätig das Viertel
een kwart / een vierde werkzaam