Duits : Nederlands bequem = gemakkelijk, comfortabel die Ecke = de hoek einziehen = verhuizen naar knapp = schaars, krap der Kunde = de klant das Mietshaus = het huurhuis praktisch = handig der Rabatt = de korting der Raum = het vertrek, de ruimte trotz = ondanks umziehen = verhuizen die Werbung = de reclame