daughter sister father
wife son brother
mother husband aunt / aunty
my mine your
yours her hers
his our ours
their theirs who
whose side of the family big brother
uncle sister-in-law little brother
vader zus dochter
broer zoon vrouw/echtgenote
tante man/echtgenoot moeder
jouw/uw van mij mijn
van haar haar van jou/u
van ons ons/onze zijn
wie van hun hun
grote broer kant van de familie van wie
broertje schoonzus oom
grandparents cousin grandma
grandpa / granddad granddaughter upset
angry surprised confused
proud relieved worried
scared to fight to spend time
hero ambulance to disappear
to be in trouble to open presents to watch a performance
to celebrate international national
to share together invitation
oma neef/nicht grootouders
overstuur/verdrietig/boos kleindochter opa
in de war verbaasd boos
bezorgd opgelucht trots
tijd doorbrengen ruzie maken bang
verdwijnen ambulance held
naar een show kijken cadeaus openmaken problemen hebben
nationaal internationaal vieren
uitnodiging samen delen