Engels : Nederlands up = omhoog / op down = omlaag / af around = rond(om) backwards = achterwaarts forwards = voorwaarts up and down = omhoog en omlaag used to = vroeger / placht te disease = ziekte cure = geneesmiddel / behandeling (to) discover = ontdekken experiment = experiment (to) invent = uitvinden laboratory = laboratorium machine = machine to [do research] = onderzoek doen scientist = wetenschapper invention = uitvinding discovery = ontdekking malaria = malaria (to) pollute = vervuilen pill = pil basic = basis achievement = prestatie (to) prevent = voorkomen (to) identify = identificeren structure = structuur enormous = reusachtig tool = gereedschap (to) treat = behandelen complicated = gecompliceerd