Engels : Nederlands area = gebied be lucky = geluk hebben beak = snavel caretaker = verzorger coast = kust excursion = excursie / uitstapje factory = fabriek flock = groep / kudde forget = vergeten fresh = vers game = wild gentle = zachtaardig giant tortoise = reuzenschildpad glad = blij guinea pig = cavia hippopotamus = nijlpaard hundreds of = honderden Iay = leggen in fact = eigenlijk just like = net als lake = meer leaves = bladeren / blaadjes look after = zorgen voor main = belangrijkste / belangrijkst mark = markeren / aangeven mosque = moskee Oh, dear. = Ach. orphan = wees / weeskind pick = plukken pleased = tevreden poisonous = giftig / giftige port = haven prey = prooi rather = nogal / best / best wel ruins = ruïnes shrimps = garnalen smell = stank turtle = zeeschildpad underground = ondergronds / onder de grond wrong = mis