Engels : Nederlands last name = de achternaam address = het adres to call = bellen then = dan own = eigen email = de e-mail form = het formulier date of birth = de geboortedatum place of birth = de geboorteplaats municipality = de gemeente gender = het geslacht house number = het huisnummer to fill in = invullen man = de man with = met nationality = de nationaliteit postal code = de postcode fast = snel street = de straat first name = de voornaam to ask = vragen woman = de vrouw what = wat city of residence = de woonplaats so = zo his = zijn