Engels : Nederlands aunt = tante Austria = Oostenrijk Austrian = Oostenrijks autumn = herfst Belgium = België Belgian = Belgisch brother = broer children = kinderen Christmas = Kerstmis country = land cousin = neef / nicht (kind van oom of tante) England = Engeland English = Engels family members = familieleden / gezinsleden family = familie / gezin father = vader first name = voornaam France = Frankrijk French = Frans Germany = Duitsland German = Duits grandmother = oma grandfather = opa Greece = Griekenland Greek = Grieks holiday = vakantie husband = echtgenoot wife = echtgenote mother = moeder nephew = neef (zoon van broer of zus) the Netherlands = Nederland Dutch = Nederlands niece = nicht (dochter van broer of zus) numbers = getallen picture = plaatje, schilderij Poland = Polen Polish = Pools public holiday = nationale feestdag King’s Day = Koningsdag sister = zus son = zoon daughter = dochter spring = lente summer = zomer surname = achternaam the alphabet = het alfabet the months of the year = de maanden van het jaar to pretend to have a party = doen alsof je een feest geeft Turkey = Turkije Turkish = Turks uncle = oom winter = winter