Engels : Nederlands a lot of = veel badminton = badminton bonfire = vuur buiten, vreugdevuur bored = verveeld busy = druk concrete blocks = betonblokken famous = beroemd fantastic = fantastisch football match = voetbalwedstrijd gymnastics = gymnastiek / turnen hockey = hockey horse riding = paardrijden important = belangrijk judo = judo karate moves = karate bewegingen nice = leuk, aardig really = echt recorder = blokfluit spare time = vrije tijd table tennis = tafeltennis talent = talent to draw = tekenen to get cross = boos worden to juggle = jongleren to paint a picture = schilderen to play a computer = een computerspel game = spelen to play chess = schaken to play sports = sporten to play the guitar = gitaar spelen to play the piano = piano spelen to practise = oefenen to pretend = doen alsof to read a book = een boek lezen to ride a bike = fietsen to sing a song = een lied zingen to skateboard = skateboarden to use a computer = een computer gebruiken to watch television = televisie kijken volleyball = volleybal world records = wereldrecords