What would you like to have? I would like an orange juice, please. Yes, please.
No, thank you. to have breakfast today
yesterday Do you like tea? Does he/she like coffee? Yes, he/she does.
Do we like the film? No, we don't. Did you like tennis yesterday? Yes, I did. Did he like the lesson? No, he didn't.
Did we like the film? No, we didn't. Can I help you? And what would you like to eat, madam?
Can I have the pizza? Do you like hamburgers? I always have a hamburger for dinner.
Would you like to have a hamburger? Yes, please. No, thank you. Meat from a cow is called beef. A pink fish is salmon.
You ask for the bill. A shrimp is pink when you cook it. A cauliflower is a vegetable.
Which is the odd one out? lemonade spicy
A green vegetable that makes you very strong is spinach. The green vegetable that is often used in salads is lettuce. A vegetable that makes you cry is an onion.
Ja, graag. Ik wil graag sinaasappelsap. Wat wil je hebben?
vandaag ontbijten Nee, dank je wel.
Houdt hij/zij van koffie? Ja. Houd je van thee? gisteren
Vond hij de les leuk? Nee. Vond jij tennis gisteren leuk? Ja. Vinden wij de film leuk? Nee.
En wat wilt u eten, mevrouw? Kan ik u helpen? Vonden wij de film leuk? Nee.
Ik eet altijd een hamburger als avondeten. Houd jij van hamburgers? Mag ik de pizza?
Een roze vis is zalm. Vlees van een koe heet rundvlees. Wilt u een hamburger? Ja, graag. Nee, bedankt.
Een bloemkool is een groente. Een garnaal is roze als je hem kookt Je vraagt om de rekening.
heet (pittig gekruid) limonade Welke hoort er niet bij?
Een groente die je aan het huilen maakt, is een ui. De groene groente die vaak in salades wordt gebruikt, is sla. Een groene groente die je heel sterk maakt, is spinazie.