Engels : Nederlands (to) bring about = teweegbrengen / bewerkstelligen disgraced = in ongenade gevallen incompatible = onverenigbaar (to) gather = oogsten / binnenhalen (to) implement = uitvoeren / verwezenlijken permafrost = altijd bevroren grondlaag tusk = slagtand viable = levensvatbaar has lost its sting = is niet langer onherroepelijk solitary confinement = eenzame opsluiting (to) totter = waggelen transgenic = met een vreemd gen