l’émotion la blague quelle horreur!
gâté le la
jaloux / jalouse l’idée tu connais
la star sérieux / sérieuse courageux / courageuse
l’assistant l’assistante avoir la trouille
se moquer de le couteau les couteaux
lancer fermer toi-même
marrant cru remonter le moral
l’humeur l’équipe gagner
wat vreselijk! de grap de emotie / het gevoel / de emotie, het gevoel
haar / het / haar, het hem / het / hem, het verwend
je kent het idee jaloers
dapper serieus de beroemdheid
in de rats zitten / bang zijn / in de rats zitten, bang zijn de assistente de assistent
de messen het mes uitlachen
jijzelf sluiten gooien
opvrolijken geloofd grappig
winnen het team het humeur
facile ravi fier / fière
partout le courage ça m’inquiète
ridicule vexer nul
fâché s’intéresser à la chance
le test fatigué crevé
marquer un but final maladroit
le plongeoir en haut plonger
redescendre en plus insultant
la finale mal dormir
trots dolblij gemakkelijk
dat maakt me ongerust de moed Overal
waardeloos beledigen belachelijk
het geluk zich interesseren voor boos
doodop moe de toets
onhandig laatste een doelpunt maken
duiken boven de duikplank
beledigend bovendien / ook nog / bovendien, ook nog weer naar beneden gaan
slecht slapen de finale