horrible quel / quelle la classe
quatrième avoir l’anglais
détester malade les maths / les mathématiques
le dessin l’histoire je préfère
la matière la matière préférée la fête
tu vas la voiture viens voir
les devoirs la semaine c’est vrai
bon lundi mardi
mercredi jeudi vendredi
de klas welk verschrikkelijk
het Engels hebben vierde
de wiskunde ziek een hekel hebben aan
ik heb liever de geschiedenis het tekenen
het feest het lievelingsvak het vak
kom eens kijken de auto jij gaat
dat is waar de week het huiswerk
dinsdag maandag goed
vrijdag donderdag woensdag
samedi dimanche elle va
une école à pied quelquefois
le vélo le jour la cantine
un élève / une élève le français l’allemand
la géographie l’E.P.S. la techno
sauf les arts plastiques la récréation
l'éducation musicale l'informatique prendre
ze gaat zondag zaterdag
soms te voet een school
de kantine de dag de fiets
het Duits het Frans een leerling
de techniek de gymnastiek de aardrijkskunde
de pauze de handvaardigheid behalve
nemen de computerles de muziekles