salut ça va? oui
ça va voilà bonjour
tu tu t’appelles comment?
je / moi je m’appelle moi
tiens! c’est pour
toi qu’est-ce que c’est? une photo
de un garçon spécial
et tu habites où?
j’habite dans un cirque
ja hoe gaat het? hoi
dag / hallo / dag, hallo dat is het gaat goed
hoe? jij heet jij
mij / ik, mij ik heet ik
voor het is kijk eens!
een foto wat is dat? jou
speciaal een jongen van
waar? jij woont en
een circus in ik woon
cool nous aussi
au revoir un sac à dos un cahier
un livre une trousse un stylo
une gomme un crayon un agenda
ou
ook wij gaaf
een schrift een rugzak tot ziens
een pen een etui een boek
een agenda een potlood een gum
of