Spaans : Nederlands catorce = veertien el teléfono = de telefoon ¿cuál? = welke? argentino = Argentijns ¿cuánto? = hoeveel? di = zeg el nombre = de naam saluda = begroet un = een dos = twee tres = drie cuatro = vier cinco = vijf seis = zes siete = zeven ocho = acht nueve = negen diez = tien once = elf doce = twaalf quince = vijftien dieciséis = zestien diecisiete = zeventien dieciocho = achttien diecinueve = negentien veinte = twintig la ficha = het kaartje la edad = de leeftijd