Spaans : Nederlands querido = beste estudiar = studeren la EducaciĆ³n Secundaria = het voortgezet onderwijs la Historia = het vak geschiedenis me gustan = ik houd van mucho = heel erg el deporte = de sport especialmente = vooral la gimnasia = de gymnastiek te gusta = jij houdt van el saludo = de groet el apellido = de achternaam el curso = het leerjaar el colegio / el instituto = de school el mismo = dezelfde