Spaans : Nederlands me llamo = ik heet tengo doce años = ik ben twaalf jaar tengo = ik heb doce = twaalf el año = het jaar soy = ik ben soy de = ik kom uit en = in el padre = de vader el mecánico = de monteur la madre = de moeder el camarero = de ober la camarera = de serveerster ¿qué tal? = hoe gaat het? trece = dertien junto a = naast junto al = naast de el mar = de zee el mar mediterráneo = de Middellandse Zee el hermano = de broer la hermana = de zus muy = heel / erg buen = goed el estudiante = de leerling