Spaans : Nederlands si = als la derecha = de rechterkant distinto = verschillend la Biología = het vak biologie obligatorio = verplicht optativo = optioneel cada = ieder alrededor de = ongeveer alguno = sommige recibe = hij ontvangt la mañana = de ochtend el descanso = de pauze la cafetería = de kantine el bocadillo = het broodje el dulce = het snoepgoed el zumo = het sap la tarde = de middag la actividad = de activiteit extraescolar = buitenschools la danza = de dans el teatro = het toneel siempre = altijd todo = elk el minuto = de minuut