Spaans : Nederlands ideal = ideaal la pared = de wand el deportista = de sportman el escritorio = het bureau la conexión = de verbinding el juego = het spel la consola = de spelcomputer con vistas a = met uitzicht op las vistas = het uitzicht oigo = ik hoor cantar = zingen el pájaro = de vogel enorme = enorm frío = koud las palomitas = de popcorn pintado = geverfd sentarse = gaan zitten el MP 3 = de mp3