Spaans : Nederlands
la natación = het zwemmen
joven = jong
fuerte = sterk
oscuro = donker
divertido = leuk
el kárate = het karate
bajo = klein
serio = serieus
duro = zwaar
la consulta = de praktijk / het spreekuur
creer = geloven
la gripe = de griep
la fiebre = de koorts
la aspirina = de aspirine