Spaans : Nederlands destacar = opvallen diariamente = dagelijks hacer deporte = sporten la liga juvenil = de jeugdcompetitie seleccionado = geselecteerd varios = meerdere hacer tonterías = flauwe geintjes uithalen la pizzería = de pizzeria ser uno mismo = jezelf zijn solitario = eenzaam tener dos caras = twee kanten hebben la autobiografía = de autobiografie definirse = zichzelf beschrijven la profesora de infantil = de juf el profesor de infantil = de meester