Frans : Nederlands le séjour = het verblijf l’ado (m / v) = de jongere le souvenir = de herinnering, het souvenir le voyage = de reis rester = blijven visiter = bezoeken l’escalier (m) = de trap magnifique = prachtig, geweldig le TGV = de TGV célèbre = beroemd la boutique = de winkel marcher = lopen crevé = uitgeput le soleil = de zon on s’amuse = we hebben plezier revenir = terugkomen