Frans : Nederlands génial = geweldig / te gek drôle / rigolo = grappig bizarre = raar beau = mooi / knap embêtant = irritant amoureux / amoureuse = verliefd les vacances (v) = de vakantie pendant = tijdens / gedurende la piscine = het zwembad la terasse = het terras surtout = vooral bien sûr = natuurlijk bonnes vacances = fijne vakantie alors = nou / dan je t’embrasse = kusjes