aujourd’hui le matin l’après-midi (m)
l’après-midi le soir l’heure (v)
à midi les maths (mathématiques) la géo(graphie)
facile difficile après
le cours je rentre (rentrer) la fin
les devoirs (m mv) vingt trente
quarante cinquante
de middag de ochtend / ‘s ochtends vandaag
het uur de avond / ‘s avonds ‘s middags
aardrijkskunde wiskunde om 12 uur ‘s middags
na moeilijk makkelijk
het einde ik ga naar huis de les
30 20 het huiswerk
50 40