Frans : Nederlands les vĂȘtements (m) = de kleren / de kleding le jean = de spijkerbroek le pantalon = de lange broek le teeshirt = het T-shirt la robe = de jurk la chaussure = de schoen la basket = de sportschoen la casquette = de pet la jupe = de rok la chemise = het overhemd / de bloes le pull = de trui jaune = geel rouge = rood orange = oranje noir = zwart