Frans : Nederlands la ceinture = de riem les lunettes (de soleil) (v) = de (zonne)bril le casque = de koptelefoon le chapeau = de hoed le blouson = het jack / het jasje la femme = de vrouw l’homme (m) = de man les cheveux (m) = het haar / de haren court = kort long = lang acheter = kopen porter = dragen le gout = de smaak propre = eigen la marque = het merk