Frans : Nederlands tout = alles le / la camarade de classe = de klasgenoot le cours = de les donc = dus si = jawel la journée scolaire = de schooldag longtemps = lang (van tijd) à midi = om twaalf uur 's middags oser = durven l'erreur (f) = de fout sociable = sociaal quelque temps = een tijdje retourner = teruggaan passer en = overgaan naar la société = de maatschappij scientifique = wetenschappelijk à côté de = naast une langue ancienne = een klassieke taal le grec = Grieks le latin = Latijn suivre = volgen la décision = de beslissing le choix = de keuze réfléchir = nadenken l'avenir (m) = de toekomst