Frans : Nederlands le but = het doel, doelpunt la technologie = de technologie la cerise = de kers délicieux = heerlijk le secret = het geheim d’abord = eerst l’ingrédient (m) = het ingrediënt le moule = de vorm la farine = het meel le beurre = de boter le sucre = de suiker les oeufs (m pl) = de eieren prêt = klaar mélanger = mengen ajouter = toevoegen casser = breken après = na attention ! = let op ! verser = gieten la pâte = het deeg le four = de oven le commentaire = het commentaar gouter = proeven la suggestion = de suggestie