Frans : Nederlands professionnel, professionnelle = beroeps exactement = precies, exact l’humour = de humor en ce moment = op dit moment l’homme = de man le concours = de wedstrijd la bande dessinée (B.D.) = het stripverhaal le dessin = de tekening dessiner = tekenen participer à = meedoen aan l’année (f) = het jaar tenter sa chance = een poging wagen la science-fiction = de sciencefiction l’aventure (f) = het avontuur poétique = poëtisch créer = creëren heureux, heureuse = gelukkig manquer (de quelque chose) = (iets) missen réussir = slagen fantastique = fantastisch progresser = beter worden, vooruit gaan avoir du mal à = moeite hebben met le texte = de tekst le dialogue = de dialoog entendu = afgesproken