δεύτερος πρός + dat. ὁ τόπος
ἡ ἑορτή τὸ δῶρον φοβέομαι
κοιμάομαι τὸ δάκρυον ησθόμην αἰσθάνομαι
παύομαι + ptc. θαρρέω ἑσπόμην ἕπομαι
συνεχῶς μέχρι + gen. ὁ ὕμνος
ᾌδω
de plaats bij tweede
ik ben bang / ik vrees het geschenk het feest
ik merk op / ik neem waar de traan ik ga slapen
ik ga mee / ik volg ik ben vol vertrouwen ik houd op met
het lied / de hymne Tot aan onafgebroken
ik zing