polecać przyszły, następny jeśli, jak
kolacja grilować zamawiać
piwko wiadomość bułka
zupełny deser iść dalej
podawać mail przyjdzie
jeść, jedzenie egzamin garaż
używać jeść, zjeść słyszeć, słyszałem
pieniądze zamknięte smakowało
warzywa pozdrowienia róg
als aanstaand(e) aanraden
bestellen barbecueën avondeten (het)
broodje (het), broodjes boodschap (de) biertje (het), biertjes
doorgaan dessert (het), desserts compleet
eraan (komt eraan) e-mail (de), e-mails doorgeven
garage (de), garages examen (het), examens eten
gehoord (horen) gegeten (eten) gebruikt (gebruiken)
gesmaakt (smaken) gesloten geld (het)
hoek (de), hoeken groetjes groete
danie główne rzeczywiście zepsute
wybór wybierać gotowe
brzmieć gotować następne
zgubione zostaw to lunch
kawiarnia iść z kimś karta menu
z zmęczony po
obok negatywne kelner
czy ponieważ śniadanie
na za dwa dni makaron
kapot inderdaad hoofdgerecht (het), hoofdgerechten
klaar kiezen keuze (de), keuzes
komend(e) koken klinkt, klinken
lunch (de) laat (laat maar zitten) kwijt
menukaart (de), menukaarten meegaan lunchcafe (het), lunchcafes
na moe met
ober (de), obers negatief naast
ontbijt (het) omdat of
pasta (de), pasta’s over (over twee dagen) op
osoba piknik robić piknik
pizza plan pozytywnie
prywatnie zgadywać pada deszcz
rachunek, paragon rezerwować reszta
restauracja wołać obraz
atmosfera klucz smakować
smacznego bar portale społecznościowe
ekscytujące wysyłać dentysta
torebka dzwonić przez telefon telefon
picknicken picknick (de), picknicks persoon (de), personen
positief plan (het), plannen pizza (de), pizza’s
regent (regenen) raad (raden) privé
rest (de) reserveren rekening (de),rekeningen
schilderij (het), schilderijen roepen restaurant (het), restaurants
smaakt (smaken) sleutel (de), sleutels sfeer (de)
sociale media (de) snackbar (de), snackbars smakelijk
tandarts (de), tandartsen stuurt (sturen) spannend
telefoon (de), telefoons telefoneren tas (de), tassen
rozmowa telefoniczna na koniec taras
oddzwaniać deser test
jestem głodny pomiędzy uda się
wakacje zapominać opowieść
pyszne opowiadać boisko
następny przystawka bo
pogoda wiedzieć wino
stawać się boskie mieć ochotę na
zostaw to móc
terras (het), terrassen ten slotte telefoongesprek (het) -gesprekken
toets (de), toetsen toetje (het), toetjes terugbelt, terugbellen
uitkomen (komt dat uit) tussen trek (ik heb trek)
verhaal (het), verhalen vergeet, vergeten vakantie (de), vakanties
voetbalveld (het), voetbalvelden vertelt (vertellen) verrukkelijk
want voorgerecht (het), voorgerechten volgend(e)
wijntje (het), wijntjes weten weer (het)
zin (ik heb zini in koffie) zalig wordt (worden )
zullen zitten (laat maar zitten)