Pools : Nederlands wtedy = dan robić = doen Niemcy = Duitsland więc = dus rodzajnik nieokreślony = een najpierw = eerst tylko = even rower = fiets (de), fietsen formularz = formulier (het), formulieren iść = ga (gaan) data urodzenia = geboortedatum (de), geboortedatums w związku małżeńskim = gehuwd ważny = geldig gmina = gemeente (de), gemeenten liczba = getal (het), getallen w związku małżeńskim = getrouwd jej = haar podpis = handtekening (de), handtekeningen mieć = hebben Pan = heer (de), heren