Pools : Nederlands miły = aardig czasami = af en toe spotkanie = afspraak (de), afspraken umawiać się = afspreken kalendarzyk = agenda (de), agenda’s tylko, sam = alleen wieczór = avond (de), avonden zawód = baan (de), banen dzwonić = belt, bellen odwiedzać = bezoeken przy, w = bij na przykład = bijvoorbeeld kino = bioscoop (de), bioscopen syn = broer (de), broers sąsiad = buur (de) / buuren / buurman (de) / buurmannen