ojciec urodziny zakochany
zakochać się czuć pełny
przede wszystkim ostatni przyjaciel
przyjaciółka piątek kobieta, żona
spacerować dobrze praca
pracować zima środa
sobota chory szpital
lato niedziela syn
siostra szwagier
verliefd verjaardag (de), verjaardagen vader (de), vaders
vol voelen verliefd worden
vriend (de), vrienden vorig vooral
vrouw (de), vrouwen vrijdag vriendin (de), vriendinnen
werkt (het) wel wandelen
woensdag winter (de) werken
ziekenhuis (het), ziekenhuizen ziek zaterdag
zoon (de), zoons zondag zomer (de)
zwager (de), zwagers zus (de), zussen