Pools : Nederlands supermarket = supermarkt (de), supermarkten torebka = tasje (het), tasjes do = tot (aan) drugie = tweede daleko = ver piętro = verdieping (de), verdiepingen świeży = vers czwarty = vierde brudny = vies ryby = vis (de), vissen mięso = vlees (het) wędliny = vleeswaren (de) pełny = vol kierować się = volg, volgen zapas = voorraad (de) dom towarowy = warenhuis (het), warenhuizen ciepło = warm było = was droga = weg (de), wegen wino = wijn (de), wijnen centrum handlowe = winkelcentrum (het), winkelcentrums biały = wit sklep meblowy = woonwarenhuis (het) miękki, cichy = zacht się = zich do zobaczenia = ziens (Tot ziens) widzieć = ziet (zien) srebro = zilver siedzieć = zitten szukać = zoekt (zoeken) słodki = zoet nabiał = zuivel kwaśny = zuur ciężki = zwaar czarny = zwart