Spaans : Nederlands el horario (de clase) = het (les)rooster ? de ESO = e klas van de middelbare school la comida = het middageten el lunes = de maandag Inglés = Engels Matemáticas = wiskunde la Tutoría = het mentoruur el martes = de dinsdag Geografía e Historia. = aardrijkskunde en geschiedenis e = en Educación Física = lichamelijk onderwijs / gym Tecnología = techniek el miércoles = de woensdag Religión = godsdienst / levensbeschouwing Ética = levensbeschouwing el jueves = de donderdag Educación Plástica y Visual = tekenen / de handenarbeid el viernes = de vrijdag Lengua y Literatura = (Spaanse) taal en literatuur Ciencias de la Naturaleza = algemene natuurwetenschappen la Optativa = het keuzevak ¿cuánto? = hoeveel? durante = tijdens la semana = de week los lunes = ‘s maandags ¿hasta qué hora? = Tot hoe laat? hasta la / las … = tot … desde la / las … hasta la / las … = van … tot … para el lunes = voor maandag por la mañana = ‘s morgens el domingo = de zondag ¡Qué palo! = Dat is balen! la asignatura = het schoolvak sobre = over