Así son los chicos desayunar estar cansado (de)
contento el curso bueno
la nota tener chispa atento
el idioma la palabra ser su fuerte
la hora de comer simpático contar
el chiste nervioso deportista
odiar estar harto de el nombre
la montaña o el río
por eso malo alegre
moe zijn (van) ontbijten zo zijn de jongens en meiden
goed de cursus tevreden
oplettend / opmerkzaam gevat zijn / geestig zijn het schoolcijfer
zijn / haar sterke kant het woord de taal
vertellen aardig etenstijd
sportief zenuwachtig de grap
de naam … zat zijn een hekel hebben aan
de rivier of de berg
vrolijk slecht daarom
parlanchín activo travieso
el voleibol por la noche cenar
Mates
ondeugend actief praatgraag / kletskous
avondeten ‘s avonds / ‘s nachts het volleybal
wiskunde