levar la camisa de manga larga
largo los pantalones la camiseta
de manga corta corto la gorra
rojo el zapato negro
el vestido amarillo los vaqueros
azul la falda blanco
el jersey verde las zapatillas de deporte
el chándal elegante feo
tener frío ¡No / qué va!
met lange mouwen het overhemd dragen
het T-shirt de broek lang
de pet / de muts kort met korte mouwen
zwart de schoen rood
de spijkerbroek geel de jurk
wit de rok blauw
de sportschoenen groen de trui
lelijk sjiek / gekleed het trainingspak
Helemaal niet! / Welnee! het koud hebben