Spaans : Nederlands ¿qué tal? = Hoe gaat het? vas a escuchar = je gaat luisteren naar el saludo = de groet la despedida = het afscheid ¿cómo estás? = Hoe gaat het met je? Buenas noches = goedenavond buenas tardes = goedemiddag buenos días = goedemorgen / goedendag ¡hasta pronto! = Tot snel! chau = doei ¡hasta luego! = Tot straks! / Tot ziens! ¡adiós! = Tot ziens! / Dag!