¿qué tal? vas a escuchar el saludo
la despedida ¿cómo estás? Buenas noches
buenas tardes buenos días ¡hasta pronto!
chau ¡hasta luego! ¡adiós!
de groet je gaat luisteren naar Hoe gaat het?
goedenavond Hoe gaat het met je? het afscheid
Tot snel! goedemorgen / goedendag goedemiddag
Tot ziens! / Dag! Tot straks! / Tot ziens! doei