Spaans : Nederlands somos (ser) = we zijn famoso = beroemd imagina = stel je voor imaginar = voorstellen el famoso = de beroemdheid en parejas = in tweetallen el compañero = de klasgenoot los demás = de rest el cantante = de zanger tiene 30 años = hij is 30 jaar / zij is 30 jaar La Haya = Den Haag sí = ja / wel italiano = Italiaans el banco = de bank alemán = Duits inglés = Engels marroquí = Marokkaans el cocinero = de kok el secretario = de secretaresse el periodista = de journalist el deportista = de sporter estudiar = studeren / leren comer = eten aprender = leren comprender = begrijpen vivir = leven / wonen