la fiesta ha organizado organizar
el alumno alguno otra vez
de nuevo la frase estar
¿a qué os dedicáis? dedicarse a sois (ser)
organiseren heeft georganiseerd het feest
nog een keer sommige / een paar de leerling
zijn / zich bevinden de zin opnieuw
jullie zijn zich wijden aan wat doen jullie (voor werk / studie)?