Spaans : Nederlands significar = betekenen la movida = de beweging la lengua = de taal usar = gebruiken el país = het land contar (ue) = vertellen mucho = veel el torero = de stierenvechter la paella = de paella además = bovendien la tapa = de tapa el gazpacho = de gazpacho por ejemplo = bijvoorbeeld el melón = de meloen la sopa = de soep frío = koud a la plancha = gegrild / op de plaat gebakken francés = Frans Serbia = Servië la telenovela = de soap la versión original = de oorspronkelijke versie te amo = ik hou van je el amor = de liefde mi amor = mijn schat lo siento = het spijt me la mentira = de leugen la madre = de moeder el padre = de vader el hermano = de broer la hermana = de zus el abuelo = de opa la abuela = de oma serbio = Servisch Italia = Italië todo el mundo = iedereen algún / alguno = een paar / enkele la sangría = de sangria el macho = de macho la vida nocturna = het nachtleven los Estados Unidos = de Verenigde Staten hasta la vista = tot later (informeel) la muestra = de blijk / het teken la amistad = de vriendschap relacionado = verwant / gerelateerd el chile con carne = de chili con carne la carne = het vlees el guacamole = de guacamole la tortilla = de tortilla mexicano = Mexicaans necesario = nodig la lengua oficial = de officiële taal el mundo = de wereld