Spaans : Nederlands el Aconcagua = de Aconcagua (hoogste berg ter wereld) alto = hoog el planeta = de planeet el Arenal = de Arenal (vulkaan) activo = actief grande = groot poblado = bevolkt el mayor = de grootste el productor = de producent Centroamérica = Midden-Amerika el tulipán = de tulp peruano = Peruaans la flor = de bloem la Giralda = de Giralda (toren in Sevilla) las islas Cíes = de Cíes-Eilanden Galicia = Galicië (streek in Spanje) Asturias = Asturië (streek in Spanje) La Rioja = La Rioja (streek in Spanje) el petróleo = de aardolie el estadio = het stadion el lago = het meer la catedral = de kathedraal fantástico = fantastisch la región = de regio la contaminación = de vervuiling el tipo = het type el queso = de kaas tradicional = traditioneel Panamá = Panama ¿cuántos? = Hoeveel? la castañuelas = de castagnetten el instrumento musical = het muziekinstrument gran = lang / groot el río = de rivier nacer = geboren worden el Amazonas = de Amazone El Nilo = de Nijl