Spaans : Nederlands el primero = het voorgerecht el segundo = het hoofdgerecht el postre = het toetje el arroz con leche = de rijstepap la merluza = de heek (vissoort) a la romana = gepaneerd / gefrituurd los canelones = de cannelloni el bistec = de biefstuk el helado = het ijs las lentejas = de linzen la sardina = het sardientje la patata = de aardappel el arroz a la cubana = rijst met banaan / gebakken ei en tomaat el huevo frito = het gebakken ei la fruta = het fruit