Spaans : Nederlands el lío = het gedoe confuso = verward la sorpresa = de verrassing el problema = het probleem el músico = de muzikant la poesía = de poëzie Nueva York = New York llamar = bellen último = laatste juntos = samen totalmente = compleet / volledig la ingeniería = de techniek la sonrisa = de glimlach la verdad es que = eigenlijk / het zit zo dat pasarlo bien = plezier hebben / lol hebben invitar = uitnodigen ser un encanto = een schat zijn regalar = cadeau doen el bombón = de bonbon enamorado = verliefd opinar = vinden / van mening zijn el beso = de kus