Spaans : Nederlands alguna vez = wel eens / een keer romántico = romantisch apasionado = gepassioneerd enamorarse = verliefd worden / zijn a primera vista = op het eerste gezicht mentir = liegen declararse = verklaren la televisión = de televisie afirmativo = bevestigend el romanticismo = de romantiek cuidado = let op / voorzichtig demostrar (ue) = laten zien el sentimiento = het gevoel la persona amada = hier: de persoon van wie je houdt sentirse (ie) bien = zich goed voelen sin duda = zonder twijfel contigo = met jou la novela rosa = de doktersroman rosa = roze