Spaans : Nederlands participar (en) = deelnemen (aan) la recuperación = het herstellen abandonado = verlaten el agricultor = de agrariër el huerto = de moestuin el animal = het dier el participante = de deelnemer el animador = de animator organizar = organiseren el tiempo libre = de vrije tijd encargarse de = op zich nemen / zorgen voor actualizar = up to date houden vegetariano = vegetarisch japonés = Japans