Spaans : Nederlands desde hace = sinds medio = half de tan solo = van slechts acondicionar = geschikt maken el alojamiento = het onderdak / de accommodatie rural = landelijk dejar = achterlaten montar = hier: opzetten la casa rural = het huis op het platteland la decisión = de beslissing la jornada = de workshop / de dag la meditación = de meditatie atraído (por) = aangetrokken (door) espectacular = spectaculair el Pirineo = de Pyreneeën el resto (de) = de rest (van) el tiempo = de tijd dedicarse a = zich wijden aan atender = bedienen / helpen relajado = ontspannen echar de menos = missen cada = elk la época = de periode / het tijdperk la crisis económica = de economische crisis la oportunidad = de kans / de mogelijkheid desempleado = werkloos cambiar de vida = van leven veranderen el campo = het platteland el estrés = de stress el neorural = de “nieuwe plattelandbewoner” extinguido = uitgestorven el pastor = de herder plantar = planten criar = fokken el estilo de vida = de levensstijl repoblar = herbevolken la iniciativa = het initiatief la ecoaldea = het eco-dorp educativo = educatief en venta = in de verkoop / te koop el municipio = de gemeente valer = waard zijn la venta = de verkoop el negocio = de onderneming el inversor = de investeerder extranjero = buitenlands