Spaans : Nederlands acordarse = zich herinneren el verbo irregular = het onregelmatige werkwoord la entonaciĆ³n = de intonatie cometer errores = fouten maken complicado = moeilijk / gecompliceerd repetir = herhalen la frase = de zin grabar = opnemen tener que = moeten perder el miedo = de angst verliezen preocuparse = zich zorgen maken intentar = proberen utilizar = gebruiken ayudar = helpen